Wednesday, 17 January 2007

Over macht en onmacht


Wat mij een enorm gevoel van onmacht geeft, is alle ellende die ik op de televisie zie. Mensen die sterven aan hongersdood, kinderen die sterven door het ontbreken van vaccins waarvan de productiekosten op tien cent per stuk liggen. Ook de ellende die je niet op de televisie ziet, zit me dwars. Duizenden, miljoenen in Darfur ontheemd, verminkt, verkracht.
Ergens, diep van binnen, voel ik me geroepen om persoonlijk voor al die mensen die tot aan hun ellebogen in de shit zitten, op te komen. Wat doe ik met dit gevoel? Voornamelijk nadenken. Nadenken wat de beste manier is om misstanden recht te zetten. Want de wereld redden, dat is nog niet zo gemakkelijk. Dus, al kauwend op het volgende stukje sushi, ga ik eens bij anderen te rade.

De oplossingen lopen uiteen: van een massale bekering tot een religie (en dan wel allemaal alsjeblieft tot dezelfde, anders krijgen we weer andere ellende) tot het afschaffen van het kapitalisme. Blijkbaar behoeft het oplossen van drastische problemen drastische oplossingen. Religie is echter het opium van het volk, dat heeft Marx dan weer goed gezien. Genoeg mensen die er bedwelmd van raken en weer nieuwe ellende veroorzaken. En kapitalisme heeft zo zijn eigen ellende-oplossend vermogen. Vooral in combinatie met politieke richtingen zoals de sociaal democratie kunnen economische systemen ontstaan die een welvaart en gelijke verdeling bewerkstellingen die Marx in zijn wildste dromen niet heeft zien aankomen. Grootschalige bekering of het afschaffen van kapitalisme is het dus niet.

Kleinschalige oplossingen kunnen je ook slapeloze nachten bezorgen. Zo heeft Peter Unger, een filosoof uit New York, aan de hand van een eigen onderzoek vastgesteld dat het redden van een mensenleven ongeveer 200$ kost. Hieronder vallen niet alleen basis inentingen maar ook basisonderwijs en zeg maar een start kapitaaltje. Onze doelgroep bestaat uit inwoners van gebieden waar mensen van minder dan een dollar per dag moeten rondkomen (ongeveer de helft van de wereldbevolking) dus met dit bedrag kom je dan een heel eind. Ik verslik ik me in mijn sushi: 200 dollar! Dat is toch helemaal niks. Zeker met die belabberde koers van tegenwoordig. Het komt neer op 160 euro… Dat is die ene paar schoenen, die ene jas… Hoeveel mensen heb ik wel niet dood laten gaan? Hoeveel maal 160 euro heb ik in mijn leven uitgegeven die ik had kunnen besteden aan een medemens…Ik voel me net Schindler die op het einde van de film beseft dat hij voor de waarde van zijn manchetknopen nog meer Joden had kunnen redden. En ook nog een paar door zijn dasspeld in te ruilen. En nog enkele dozijnen voor zijn auto… Daar komt het toch gewoon op neer? We zijn bij machte om wat te doen en we doen niks.
Misschien doen we het niet, voor 160 euro iemand zijn leven redden, omdat deze mensen zover weg zitten. Maar hoe ver is ver? Sommigen van ons ‘doen’ een weekendje Bali. Misschien doen we niks omdat we de problemen als onoplosbaar ervaren. Ellende blijft immers bestaan, hoeveel maal 160 euro we ook storten. Want wanneer houdt het op? Wanneer was Schindler tevreden geweest? Of in ieder geval niet meer vervuld met het gevoel van afschuw voor eigen nalatigheid? Voor éénmaal 160 euro komen we echter al een heel eind. In ieder geval in de beleving van de mensen die anders hun moeder, zus, dochter, lerares zouden kwijtraken. Zoals een oud Joods gezegde het stelt: wie een mens redt, redt de hele wereld.

Maar waar hebben wij het hier over. Wij als Nederlanders, zijn toch al zo enorm goed bezig? We zijn toch van die extreem weinige rijke landen die wél de belofte nakomt om 0.7% van het BNP aan ontwikkelingshulp te storten? Ja, dat klopt. Je kan je alleen afvragen of dat het best besteedde geld is; een groot deel van het ontwikkelingssamenwerkingbudget wordt bijvoorbeeld uitgegeven aan het kwijtschelden van exportkredietschulden. Schulden die ontstaan op het moment dat een Ontwikkelingsland X een opdracht geeft aan en Nederlands bedrijf Y voor het bouwen van een brug. Bedrijf Y sluit om deze opdracht uit te kunnen voeren een exportlening. Als land X dan vervolgens de opdracht intrekt wordt deze lening, via en tal van tussenstappen, uiteindelijk omgezet in een exportkredietschuld van land X aan Nederland. Uiteindelijk gebruikt Nederland dus een aanzienlijk deel van het Ontwikkelingssamenwerkingbudget om deze schulden aan zichzelf, af te lossen. Zinloze exercitie waar geen lege maag mee gevuld is of een hoofd onderwezen. Dit voorbeeld is overigens niet bedoeld om het gehele ontwikkelingssamenwerkingbeleid af te kraken, ik wil alleen aantonen dat het feit dat we via belasting aan dit potje meebetalen niet een voldoende ‘aflaat’ vormt voor onze nalatigheid.

Veel beter zou het zijn als we ervoor zouden kiezen om zelf een vast deel van ons inkomen te besteden aan het verbeteren van het leven van iemand elders. Laten we zeggen een honderdste van elke hamburger die we eten, van elk paar schoenen, van elke kop koffie die we drinken, van elk concertkaartje die we kopen, van elke liter benzine die we tanken. Een procent van je jaarlijks inkomen dus. Die ene procent moet je dan niet in een keer gaan storten, want dan lijkt het opeens weer erg veel. Dat kan pijn doen. Een procent op jaarbasis kan immers zo oplopen tot een paar honderd euro. Maar als je het verdeeld over maanden of weken, merk je er niks van. Voor de ontvanger maakt het daarentegen die hele wereld van verschil uit! Als we het met zijn allen zouden doen, zouden we zomaar vier miljard Euro vrijmaken voor voedsel, onderwijs en gezondheidszorg. En dat geeft toch wel een gevoel van macht; dat een miezerig procentje van je inkomen voor iemand anders levensbepalend kan zijn, of zelfs levensreddend. Dit is wellicht een ongemakkelijk gevoel van macht, maar het is niet anders.

Het geven van geld is wellicht niet zaligmakend en een nieuw scala van bezwaren dient zich aan. Want komt het geld wel ooit ergens aan waar het moet zijn? Corruptie en fraude zullen er altijd zijn, maar zoals Peter Singer, een andere denker die zich met dergelijke vraagstukken bezighoudt, heeft uitgezocht is hulpverlening door de jaren heen een stuk efficiënter geworden. Waar in 1990 1 miljard euro 105 duizend mensen uit de armoede hielp, konden acht jaar later voor datzelfde bedrag alweer 284 duizend uit de armoede geholpen worden. Ook haalt hij Joseph Stiglitz aan, voormalig directeur van de Wereldbank en Nobelprijswinnaar voor de economie, die verzucht: ‘het is erg zuur dat net op het moment ontwikkelingshulp het meest effectief is geworden, de volume van deze hulp afneemt en zich op het laagste punt ooit bevindt’. Ons beeld is vertroebeld door negatieve verhalen over falen en misbruik. De goede verhalen zijn gedegradeerd tot de foto van een Foster Parents Plan[1] kind dat niet het kindje bleek te zijn dat al die tijd je twee euro vijftig per maand ontving…

Maar goed, financiële steun heeft wel degelijk zin. Een procent geven is haalbaar. De meesten van ons missen het niet eens. Het is vast geen oplossing waar Schindler genoegen mee zou nemen, maar het lost wel degelijk iets op, het redt levens. Dus hele werelden…
En je moet iets concreets doen. Alleen nadenken, het verzinnen van bezwaren tegen de oplossingen die aangedragen worden; het vergroot slechts het gevoel van onmacht. Nadenken is goed, alles begint met één gedachte, maar alleen concrete acties heffen het gevoel van machteloosheid op. Dus. Wat nu rest is een website openen. Want zonder begin je tegenwoordig natuurlijk niks. Laten we zeggen de 1procentclub.nl. Daar zal ons geld op een zo directe manier gekoppeld worden aan duurzame armoedebestrijding. Hmm…De 1-procent-club. Het vermogen om iets te doen. Een klein beetje macht.

[1] nu Plan Nederland

No comments:

Post a Comment